Betekenis
Vadersnaam. Afleiding van Germaans theud-naam. De mansnaam Tede, waar de geslachtsnaam Teding van is afgeleid, is nog heden, met de bijvormen Tade, Teade, Tete, Tate, enz. in Friesland in volle gebruik. Met Teding zijn van deze oude mansnaam nog afkomstig de volgende geslachts- en plaatsnamen: Tedinga, Thedinga, Thedema en Tedema. Van Tedinga zijn de geslachtsnamen Theenga en, in de tweede naamval, Teengs weer versleten vormen, evenals Thema van Thedema. Thedinga was de naam van een oud, aanzienlijk klooster bij Nttermoor in Oost-Friesland, maar dat in de 16de eeuw opgeheven werd. De naam is nog gebleven aan een gehucht dat heden ten dage de plaats van dat klooster inneemt. De bijzondere naamoorsprong van dit klooster is bekend en bewaard gebleven. Thedinga-klooster namelijk heette oorspronkelijk en eigenlijk Syna. Het werd door een rijke Groninger, Hatebrand geheten, in 't jaar 793 reeds gesticht, en de eerste abt die het bestuur er over uitoefende, heette Theda. In 1479 waren beide namen, Syna en Thedinga, nog in gebruik; want de abt Sibrant, die toen leefde, tekent zich: ȧhekoren Abbet to Tedingen, anders gheheyten Syna.ӳ De naam Thedinga-monniken wil dus zeggen: monniken van Theda, en het patroniem Thedinga is hier gebruikt in overdrachtelijke zin, terwijl men de monniken wel de naam van zonen of kinderen van de abt geeft. Nog andere plaatsnamen van de man voornaam Tede (Thedo) en van 't patroniem Teding afgeleid, zijn: Thedingweert, een landgoed te Kapel-Avezaath in de Betuwe; Thedinghaus, een stadje aan de Weser boven Bremen; Thedafeld, een sate bij Grootkerik of Hohenkirchen, zoals dat dorp nu Hoogduits heet, in Wrangerland (Oldenburger Friesland); Thedema- of Thema-burcht te Noordwolde, en Thema-heert, een sate te Pieterburen, beide in Hunsingo (Groningerland); Tedema-state te Roden in Drente; eindelijk nog Dedesdorf, oudtijds Thedestorpe, een vlek in 't Land Whrden (Oldenburger Friesland).