Betekenis
Duits Scheffner, klankwijziging van een klinkervorm van Schaffner, van Middelhoogduits Schaffenre 'embtenaar belast met toezicht, opzichter, intendant, hofmeester, rentmeester'. De Zeeuwse familie Scheffener blijkt evenwel af te stammen van Friedrich Wilhelm Schiffner, die zich ca. 1803 in Zeeland vestigt, en die de zoon is van Christoffer Schiffner (1759) uit Bohemen. Schiffner is een variant van Schiffer'schipper'.