Betekenis
1. Bijnaam naar de huisnaam. 2. Moedersnaam, voornaam Rosa. 3. Vadersnaam Roos, Germaanse naam als in Rosinga, Rosema, Rozema, Roosma, Rozenga in Friesland, Rsing in Oost-Friesland, Roosens, Rooses en Reusens in Vlaanderen; en van de verkleinvormen: Roosjen in Friesland, Roosjes en Roskes in Holland en Brabant, Rskens in Oost-Friesland.