Betekenis
Duitse familienaam Kuckel-korn, Kockelkorn. Duits Kockelskrner, Nederlands kokkelkorrels, -zaden, Middenlatijn coculae orientales of indici, dat is oosterse of Indische korrels. Kockel, van Cocculus, afleiding van coccus: kern, zaad, graantje. Het zijn de zaden van de Anamirta cocculus, die op Malabar en de Indonesische eilanden groeit. Deze korrels worden gebruikt in de homeopathie en om vissen en vogels te bedwelmen.