Betekenis
Uit Latijnse clericus 'geestelijke die de lagere wijdingen heeft ontvangen'. Aangezien in de middeleeuwen de geestelijkheid de nagenoeg enige geletterde stand was, die kon lezen en schrijven, kreeg klerik de betekenis 'geleerde, dichter, schoolmeester, student, geletterde, geheimschrijver, griffier, schepenklerk, secretaris'.