1. Familienaam uit het Middelnederlandse borger: burger, erkend stadsinwoner.
2. Het Middelnederlandse borg betekend ook 'pand'. Dit groeide uit tot borgen: op krediet uitlenen. Een borger is dus ook een geldschieter: voorloper van het banksysteem.
3. Beroepsbijnaam, verkorte vorm van borgemeester: burgemeester.